Waarom autisme

Autisme

brain.jpg

Autisme is een verzamelnaam. Onder deze verzamelnaam bevinden zich verschillende typeringen. De bekendste daarvan zijn PDD-NOS en syndroom van Asperger.

Autisme kent naast een mogelijk erfelijke component waarschijnlijk een neurobiologische oorzaak. Dit betekent dat er in de ontwikkeling van de hersenen van mensen met autisme op onderdelen iets anders gebeurd dan bij de meeste mensen. De hersenen van mensen met autisme functioneren daardoor op onderdelen anders.

Bij autisme wordt vaak gesproken over mensen die passen binnen het 'spectrum van autisme'. Dit betekent dat autisme vele varianten kent. Zo bestaan er niet twee personen die de diagnose autisme hebben gekregen en die precies hetzelfde beeld vertonen. Wel kennen zij een aantal overlappende gedragskenmerken, die binnen de waaier vallen van wat we autisme zijn gaan noemen.

GEDRAGSKENMERKEN

Autisme gaat dus over een aantal gedragskenmerken. Met die kenmerken onderscheiden mensen met autisme zich van wat als gemiddeld, en daarmee geaccepteerd, gedrag wordt beschouwd. De onderdelen waarin mensen met autisme zich van het gemiddelde onderscheiden hebben vooral te maken met communicatie en het omgaan met anderen. Het gaat onder meer om het volgende:

1. Taal

Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat de taalontwikkeling bij mensen met autisme later of in een wat ongewone volgorde tot stand komt. De wijze van praten kent vervolgens vele verschijningsvormen. Het kan variëren van het geheel niet praten, het napraten en/of het hanteren van eigenaardig, vaak onbegrepen taalgebruik.

Het taalgebruik is echter ook vaak te kenmerken als creatief en humoristisch. Zoals met alle creativiteit en alle humor zal het niet altijd bij iedereen aansluiting vinden. Maar wie er voor open staat en wie echt wil luisteren hoort veel en meer.

 

2. Gesprek

Volgens dat zelfde wetenschappelijk onderzoek wordt gesteld dat mensen met autisme vaak weinig wederkerigheid in het contact met andere mensen laten zien. Dat betekent dat men op zichzelf is en zich weinig aan anderen gelegen laat liggen. Het delen van dingen met anderen is evenals het stellen van vragen, het tonen van belangstelling of het geven van complimentjes allerminst een vanzelfsprekendheid. Ook lijken initiatieven in het contact met anderen vaak instrumenteel van aard. Dat wil zeggen dat contact vooral tot doel lijkt te hebben iets van de ander te verkrijgen. Je zou kunnen stellen dat de manier van contact leggen en contact onderhouden vooral als doelgericht en efficiënt is aan te merken. Een gesprek zal zich over het algemeen niet gemakkelijk tot een gesprek ontwikkelen. In ieder geval geen gesprek zoals dat als gangbaar wordt beschouwd. Maar ja, zijn alle gesprekken zoals die gehouden worden altijd gebaseerd op echte interesse in elkaar ?

 

3. Spraakverwarring

Door mensen met autisme wordt oogcontact in de regel vermeden. Nu zijn mensen met autisme daar niet uniek in. Veel mensen, ook zonder autisme vermijden oogcontact. Bij mensen met autisme wordt dit echter vaak als kenmerk genoemd. Waarschijnlijk omdat mensen met autisme niet, of in ieder geval minder dan gangbaar, gericht zijn op non-verbale communicatie. Voor anderen overduidelijke signalen worden door mensen met autisme niet altijd opgepikt. Het als vanzelfsprekend interpreteren van non-verbaal gedrag, lichaamshoudingen, gezichtsuitdrukkingen is voor mensen met autisme niet, of minder dan gangbaar, aan de orde. De non-verbale dus niet uitgesproken signalen bevatten vaak verwachtingen, vragen om reactie of willen reactie voorkomen. Als aan die onuitgesproken verwachtingen niet wordt voldaan dan stokt het gesprek of ontstaat er spraakverwarring.

 

4. Gezelligheid

Gezelligheid is geen typering die als vanzelfsprekend past bij mensen die onder de noemer autisme worden geschaard. Dat wil echter niet zeggen dat er geen aangenaam contact mogelijk is. Het leggen en onderhouden van contact doet echter een beroep op andere vaardigheden dan de vaardigheden die door mensen zonder autisme (de meerderheid) over het algemeen als vanzelfsprekend gehanteerd worden.

 

5. Focus

Een ander kenmerk is dat mensen met autisme vaak heel gerichte, zich herhalende patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten laten zien. Dit kan bestaan uit het sterk vasthouden aan bepaalde rituelen of gewoontes, het in paniek raken bij een kleine verandering in de omgeving of uit het maken van steeds dezelfde ongewone bewegingen, bijvoorbeeld met de handen fladderen. Ook kan het zich uiten in een verregaande interesse in een specifiek onderwerp. Mensen met autisme kunnen volledig in beslag genomen worden door één onderwerp. De enorme focus op één onderwerp kan ten koste gaan van de interesse voor andere zaken. Het toch al aanwezige risico van sociaal isolement kan daardoor nog eens versterkt worden. Tegelijkertijd heeft de ervaring ook geleerd dat die focus op één onderwerp ook veel kan opleveren. Bill Gates en Albert Einstein zijn daar twee bekende voorbeelden van.

Nu is niet iedereen een Albert Einstein. Maar ergens veel van weten kan je wel helpen bij je eigen  ontwikkeling. Het kan je zelfverzekerdheid vergroten en daarmee ook de rol die je kunt spelen in relatie tot anderen.

 

6. Feiten en cijfers

Om nog even terug te komen op de wetenschap; onderzoek wijst uit dat bijna 60 op de 10.000 personen een autismespectrumstoornis hebben. Dit komt neer op 0,6 % van de totale bevolking. Uit onderzoek komt ook naar voren dat 40% tot 50% van de mensen met autisme functioneert op het niveau van iemand met een verstandelijke handicap. De andere 50%  functioneert verstandelijk op een normaal tot hoogintelligent niveau. Alle vormen van autisme komen voor in alle sociaal-economische klassen. Gemiddeld komt een autismespectrumstoornis bij mannen ongeveer 4 keer vaker voor dan bij vrouwen.